Met overeenkomst van opdracht maar zonder ziekmelding toch recht op WIA-uitkering?
Met overeenkomst van opdracht maar zonder ziekmelding toch recht op WIA-uitkering?

Een man werkt op basis van een overeenkomst van opdracht als dagbladenbezorger, valt uit en beëindigt de overeenkomst. Hij meldt zich op een gegeven moment bij het UWV voor een WIA-uitkering. Die oordeelt dat de man daar geen recht op heeft. Volgens het uitvoeringsinstituut is de voormalig dagbladenbezorger namelijk niet verzekerd voor de WIA en heeft hij – door zich nooit ziek te melden – niet de wachttijd voor de WIA volgemaakt. De man is het hier niet mee eens en legt de casus uiteindelijk voor aan rechtbank Midden-Nederland. Dat levert een interessante tussenuitspraak op.

De dagbladenbezorger valt op 13 april 2017 uit door medische problemen. Enkele maanden later beëindigt de man de overeenkomst met het bedrijf waarvoor hij werkt maar vraagt geen Ziektewetuitkering aan. Begin 2019 vraagt hij een WIA-uitkering aan bij het UWV. Die wijst de aanvraag af omdat de man niet aan belangrijke voorwaarden zou voldoen.

Bezwaar

Hij tekent vervolgens bezwaar aan maar haalt (weer) bakzeil. De motivering van het UWV is dat de man niet verzekerd is voor de WIA, omdat hij niet als werknemer is aan te merken. Hij werkte immers op basis van een overeenkomst van opdracht. Ook heeft de man volgens het UWV de wachttijd van 104 weken niet volgemaakt omdat hij zich nooit officieel heeft ziekgemeld.

Hij laat het er niet bij zitten en stapt naar rechter. Hij vindt dat hij wel werknemer en dus verzekerde voor de WIA was. Ook stelt hij dat hij de wachttijd heeft volgemaakt en gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.

Beroep

Één van de vragen die de rechter in deze zaak moet beantwoorden is of de man wel of niet verzekerd is voor de WIA. In de Ziektewet is aangegeven wanneer iemand als werknemer wordt beschouwd. De Ziektewet kent namelijk verschillende categorieën werknemers. De man stelt dat hij in de categorie valt van personen die tegen beloning persoonlijk arbeid verrichten en van wie de arbeidsverhouding maatschappelijk gelijk kan worden gesteld aan een dienstbetrekking (gelijkgestelden). De rechtbank moet in deze zaak allereerst beoordelen of hij een gelijkgestelde is. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden die zijn opgenomen in het Rariteitenbesluit.

De man voldoet volgens de rechtbank aan alle voorwaarden en is dus een gelijkgestelde. Hierdoor is hij werknemer in de zin van de Ziektewet en op basis hiervan weer verzekerd voor de WIA. De man wordt op dit punt in het gelijk gesteld.

Recht op WIA-uitkering?

De volgende vraag die de rechtbank moet beoordelen is of de man recht heeft op een WIA-uitkering. Het UWV vindt van niet omdat hij de volledige wachttijd niet heeft volgemaakt. Het argument hiervoor is dat hij zich nooit heeft ziekgemeld.

De man heeft echter wel toegelicht dat hij op 13 april 2017 wegens ziekte is uitgevallen en sinds dat moment zelf geen dagbladen meer heeft bezorgd en de overeenkomst per 15 juni 2017 heeft beëindigd. Ook bevindt zich in het dossier informatie van de huisarts waaruit blijkt dat de man zich op 20 april 2017 bij zijn huisarts heeft gemeld met klachten die hij sinds één week had. De rechtbank concludeert dat de eerste dag van de wachttijd 13 april 2017 is. Dit betekent dat de man de feitelijke wachttijd heeft volgemaakt.

Het UWV stelt echter dat dit niet het geval is. De man heeft zich namelijk nooit officieel ziekgemeld. De rechtbank oordeelt daarover dat het niet vereist is dat een werknemer zich ziekmeldt of een Ziektewet-uitkering aanvraagt en beroept zich hiervoor op het ontbreken van deze eis in artikel 23 lid 3 Wet WIA. Ook op dit punt wordt hij in het gelijk gesteld.

Heroverweging UWV

Dit betekent echter niet dat hierdoor zonder meer vaststaat dat hij de wachttijd heeft volgemaakt. Weliswaar is de wachttijd feitelijk voltooid en is een ziekmelding als zodanig geen voorwaarde voor het kunnen volbrengen van de wachttijd, maar eerst moet nog komen vast te staan of hij voldeed aan de voorwaarden voor recht op ziekengeld. Omdat het UWV het bestreden besluit niet voldoende heeft gemotiveerd krijgt het drie maanden de tijd om dit te herstellen. UWV moet o.a. heroverwegen of de man de wachttijd van 104 weken heeft volbracht. Kan deze vraag met een ja worden beantwoord, dan moet het UWV hem keuren zodat beoordeeld kan worden of hij arbeidsongeschikt is op grond van de Wet WIA.

Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2020:1586

Selwyn Donia

Selwyn Donia

Veelzijdige en bevlogen ondernemer sinds 2003 • Deskundig in arbeids-, re-integratie-, sociale zekerheids- en personeelsvraagstukken • Arbeidsmarktcommunicatie • Webdesigner • Boekenwurm • Eigenaar van Rechtblog.nl en Middenrifbreukherstellen.nl • Partner www.arbeideninkomen.nl
Selwyn Donia

Selwyn Donia

Veelzijdige en bevlogen ondernemer sinds 2003 • Deskundig in arbeids-, re-integratie-, sociale zekerheids- en personeelsvraagstukken • Arbeidsmarktcommunicatie • Webdesigner • Boekenwurm • Eigenaar van Rechtblog.nl en Middenrifbreukherstellen.nl • Partner www.arbeideninkomen.nl

Wellicht vind je dit ook interessant!

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

ZULLEN WE CONTACT HOUDEN?