Hoge Raad schept duidelijkheid over slapende dienstverbanden

Na jaren van juridisch getouwtrek heeft de Hoge Raad op 8 november duidelijkheid verschaft over de toelaatbaarheid van slapende dienstverbanden door prejudiciële vragen van de rechtbank Limburg te beantwoorden. Het komt er op neer dat werkgevers de verplichting hebben om een slapend dienstverband te beëindigen als een arbeidsongeschikte werknemer dit vraagt. Uiteraard met betaling van een bedrag ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding conform art. 7:673 BW. Op basis van een ruwe schatting kunnen we ervan uit gaan dat er op dit moment enkele duizenden tot tienduizenden slapende dienstverbanden zijn.

Veel werkgevers houden zieke medewerkers die na twee jaar (nog) niet zijn hersteld in dienst om onder het betalen van de transitievergoeding uit te komen. De medewerker zit met ziekte thuis, ontvangt in de meeste gevallen een WIA-uitkering van het UWV, maar is nog steeds in dienst van een organisatie. Dit noemen we een slapend dienstverband. Doordat er niet tot ontslag wordt overgegaan loopt de zieke werknemer zijn of haar ontslagvergoeding mis. Vooral voor mensen die enkele jaren van hun pensioen verwijderd zijn is dit zuur.

De Hoge Raad maakt het arbeidsongeschikte werknemers nu mogelijk mogelijk om beëindiging van het dienstverband te eisen. Werkgevers moeten hier gehoor aan geven of er moeten voor werkgever gerechtvaardigde belangen zijn om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als er een reëel uitzicht is op re-integratie.

Werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 compensatie voor de transitievergoeding aanvragen bij het UWV als zij een werknemer ontslaan die langer dan twee jaar ziek is. Daarom zegt de Hoge Raad dat het argument dat ze op hoge kosten worden gejaagd niet meer opgaat.

Wil je meer weten over de WIA klik dan hier.