Nu te koop: ‘Geen gedoe met personeel’ van advocaat arbeidsrecht Suzanne Meijers. Het boek/naslag voor ondernemers over arbeidsrecht dat je een hoop hoofdpijn, ellende en geld kan besparen! Meer informatie of kopen vind/doe je hier.

Dit moet je weten over de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling
Dit moet je weten over de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling

Je hebt al bijna een jaar (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt en ontvangt een Ziektewetuitkering. Dan krijg je binnenkort te maken te maken met de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb). Deze beoordeling is met de komst van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters in 2013 aan de Ziektewet toegevoegd. In deze blog sta ik stil bij deze beoordeling zodat je weet wat er gaat gebeuren en wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn.

Eerstejaars Ziektewet-beoordeling

De Ziektewet is een vangnetregeling binnen onze sociale zekerheid en duurt maximaal 104 weken. Daarna kom je mogelijk in aanmerking voor de WIA, sinds 2005 de opvolger van de WAO. Op de Ziektewet wordt vooral een beroep gedaan door mensen zonder werkgever, aangezien werknemers bij ziekte 104 weken moeten worden doorbetaald door hun werkgever. Een uitzondering daarop zijn werknemers met een no-riskpolis die ziek zijn, maar dat is voor deze blog niet relevant.

Na een jaar (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt te zijn en een Ziektewetuitkering te ontvangen roept het UWV je vanaf de 44e ziekteweek op voor een Eerstejaars Ziektewet-beoordeling. Hierop is een uitzondering mogelijk. Als je tijdens de Ziektewet meer dan 65% van het oude loon verdient, dan is de EZWb niet na een jaar van van toepassing. De beoordeling vindt dan 6 maanden na de eerste verdiensten plaats.

De beoordeling bestaat uit een gesprek met een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. De Eerstejaars Ziektewet-beoordeling is een vrij strikte en ‘strenge’ keuring en bepaalt of je nog recht hebt op een Ziektewetuitkering, ook wel ziekengeld genoemd. Deze procedure is anders dan wat je tot nu toe bent gewend. Tot dusver heb je waarschijnlijk nog geen verzekeringsarts gezien – in het eerste jaar Ziektewet worden keuringen vaak gedaan door basisartsen – en is er nog geen verdiencapaciteit berekend.

Het is belangrijk om je goed op beide gesprekken van de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling voor te bereiden omdat er vanaf nu echt belangrijke besluiten genomen gaan worden. Deze besluiten kunnen behoorlijke consequenties voor je inkomen hebben. Het tweede jaar Ziektewet is een stuk minder ‘vrijblijvend’ dan het eerste jaar. Het UWV zal o.a. meer gaan sturen op het benutten van arbeidsvermogen, bijvoorbeeld door het inzetten van een Werkfit traject.

Ziek zijn heeft in het eerste jaar van de Ziektewet nog een medische betekenis. Na 52 weken krijgt ziek zijn een economische betekenis.

Iets meer dan 30% van de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling resulteert in het beëindigen van de uitkering. De reden hiervoor is dat men minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Medisch oordeel

Tijdens het gesprek met de verzekeringsarts staan je klachten en omstandigheden centraal en beoordeelt de verzekeringsarts je mogelijkheden om wel of niet te kunnen werken. Afhankelijk van de situatie wordt er ook gekeken naar wat je doet om weer te kunnen functioneren en/of welke inspanningen je verricht om je arbeidsmogelijkheden te vergroten. Dit noemen verzekeringsartsen participatiegedrag. De verzekeringsarts beoordeelt je op basis van medisch objectieve feiten. Hij mag je lichamelijk onderzoeken en (met toestemming) stukken opvragen bij behandelaren zoals de huisarts of psychiater. Ook kan hij besluiten om je door een onafhankelijke externe arts te laten onderzoeken. Uiteraard heeft de verzekeringsarts een geheimhoudingsplicht.

Het oordeel van de verzekeringsarts moet volgens artikel 4 van het Schattingsbesluit voldoen aan drie belangrijke kwaliteitsvereisten: toetsbaarheid, reproduceerbaarheid en consistentie. Het komt er bijvoorbeeld op neer dat een andere verzekeringsarts tot dezelfde conclusie zou moeten komen als deze zou worden geraadpleegd en dat het oordeel vrij is van tegenspraak.

Vindt de verzekeringsarts dan er mogelijkheden zijn om te werken dan volgt er een uitnodiging voor een gesprek met de arbeidsdeskundige.

Arbeidsdeskundig oordeel

Een arbeidsdeskundige is geen arts en heeft geen kennis van en inzage in je medische situatie/dossier en kan niets veranderen aan het besluit van de verzekeringsarts. Hij doet de feitelijke keuring en onderzoekt je werk- en verdienvermogen. Hiervoor kijkt de arbeidsdeskundige o.a. naar opleiding, werkervaring en de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) die door de verzekeringsarts is ingevuld. Tijdens deze beoordeling staat de vraag centraal of je nog 65% of meer van het loon voor de eerste ziektedag kunt verdienen. Is dit het geval, dan wordt de Ziektewetuitkering stopgezet, ook al heb je nog beperkingen. Is dit niet het geval dan wordt de Ziektewetuitkering verlengd. Het is dus de arbeidsdeskundige die het arbeidsongeschiktheidspercentage berekent dat bepaalt of je wel of niet recht hebt op een Ziektewetuitkering.

De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend op basis van jouw resterende verdiencapaciteit. Met andere woorden: wat kun je met je beperking(en) nog verdienen. Meestal wordt er eerst gekeken of je je eigen beroep nog kunt uitvoeren (‘eigen werk’). Is dit niet het geval dan wordt er gekeken naar andersoortige arbeid die passend is, dit noemen we gangbare of passende arbeid.

Voor het vaststellen van de resterende verdiencapaciteit gebruiken arbeidsdeskundigen sinds 2002 CBBS (Claimbeoordelings- en Borgingssysteem), een eigen systeem van het UWV met duizenden functies die regelmatig wordt bijgewerkt. Uit CBBS ‘rollen’ op basis van jouw FML en de door de arbeidsdeskundige ingevoerde gegevens zoals opleiding, rijbewijs etc. een aantal functies met een realistisch uurloon. De arbeidsdeskundige gebruikt hier drie van (met een zo hoog mogelijk uurloon) en houdt er meestal twee in reserve voor als er als gevolg van het gesprek functies komen te vervallen. Dit proces noemen we de functieduiding. De geselecteerde functies vormen het uitgangspunt voor de beoordeling.

De arbeidsdeskundige pakt uit deze drie functies het middelste loon en berekent het verschil met het loon dat je verdiende voordat je ziek werd. Dit loon noemen we het maatmanloon en is gebaseerd op het SV-loon. Dit verschil bepaalt het arbeidsongeschiktheidspercentage. Dit arbeidsongeschiktheidspercentage geeft aan wat je nu (in theorie) niet meer kunt verdienen met werk maar zegt niets over de ernst van je ziekte, aandoening of beperking.

Voorbeeld
Thirsa verdiende €15,11 per uur als assistent-bedrijfsleider bij een drogist voordat ze ziek werd en ziek uit dienst ging. De verzekeringsarts vindt dat Thirsa nog kan werken, rekening houdende met een aantal beperkingen. Hij legt haar geen urenbeperking op. Volgens de arbeidsdeskundige kan Thirsa niet meer werken als assistent-bedrijfsleider (‘eigen arbeid’), maar Thirsa kan nog wel werken als receptioniste. Met dit werk zou Thirsa theoretisch nog €12,17 per uur kunnen verdienen. Het verschil tussen €15,11 en €12,17 is €2,94 oftewel 19,46%. Thirsa is dus 19,46% arbeidsongeschikt. Omdat dit minder dan 35% is beëindigt het UWV de Ziektewetuitkering van Thirsa. Ze kan eventueel terugvallen op een WW-uitkering of een bijstandsuitkering aanvragen.

Besluit

In principe ontvang je uiterlijk in de 52e ziekteweek een besluit van het UWV per post. Dit kan door omstandigheden soms iets later zijn. Hier zit ook de rapportage van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bij.

Het besluit van het UWV is bindend. Ben je het er niet mee eens dan kun je bezwaar aantekenen. In tegenstelling tot bij een WIA-besluit is de bezwaartermijn bij arbeidsgeschiktheid m.b.t. de Ziektewet kort: namelijk twee weken. Wil je meer weten over bezwaar maken tegen een besluit van UWV, lees dan deze blog.

My two cents

Ik ben net als vele anderen die actief zijn in de sociale zekerheid of het domein arbeid (en gezondheid) geen voorstander van de EZWb. In de praktijk zie ik dat vooral mensen met een relatief laag inkomen of beperkte scholing als gevolg van de beoordeling uit de Ziektewet worden gekieperd. Daarnaast treft deze mensen ook het gegeven dat zij – door het beëindigen van de Ziektewet-uitkering – de wachttijd voor de WIA niet volmaken waardoor er geen recht meer op een WIA-uitkering bestaat. Van de regen in de drup dus. Zij die het vangnet het hardst nodig hebben worden het hardst getroffen. Verzekeringsarts en jurist Jim Faas stelt in deze overduidelijke column: “De EZWb is verworden tot een ordinaire claimbeoordelingstruc.” en “Het is een verneukeratieve vorm van discriminatie.” Raak! Net als hem pleit ik ervoor om de route naar de WIA voor iedereen gelijk te maken. Ik ben echter bang dat het wensdenken blijft.

Selwyn Donia

Selwyn Donia

Bevlogen generalist op sneakers • Libido sciendi • Ondernemer sinds 2003 • Kennisdeler en -partner op het gebied van werk & inkomen, verzuim/re-integratie, sociale zekerheid(srecht) en personeel & organisatie
Selwyn Donia

Selwyn Donia

Bevlogen generalist op sneakers • Libido sciendi • Ondernemer sinds 2003 • Kennisdeler en -partner op het gebied van werk & inkomen, verzuim/re-integratie, sociale zekerheid(srecht) en personeel & organisatie

Wellicht vind je dit ook interessant!

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties