De aanzegverplichting: zo zit het!

Sinds 1 januari 2015 is de aanzegplicht voor werkgevers toegevoegd van het arbeidsrecht. De aanzegplicht houdt in dat een werkgever zijn of haar werknemer(s) schriftelijk en op tijd moet laten weten of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij afloop wordt voortgezet en onder welke voorwaarden. In deze blog zet ik de belangrijkste punten rondom de aanzegverplichting op een rijtje.

Aanzeggen
De aanzegverplichting geldt alleen voor dienstverbanden die tenminste zes maanden duren. Let op: de aanzegverplichting geldt ook bij een opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomst. Aanzeggen hoeft niet als er sprake is van een dienstverband die eindigt op een tijdstip zonder kalendertijd. Ook is de aanzegplicht niet van toepassing op uitzendovereenkomsten (artikel 7:691 lid 2BW).

Op tijd
Werkgevers dienen tijdig aan te zeggen. Bij voorkeur 5 of 6 weken, maar minimaal één kalendermaand, voordat het contract afloopt. Als er niet wordt aangezegd dan bedraagt de boete één maandsalaris. Bij een te late aanzegging wordt de boete naar verhouding bepaald.

Werknemers die deze boete willen opeisen hebben twee maanden de tijd om deze bij de rechter te claimen (artikel 7:686a BW). Deze twee maanden gaan in op de dag dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Schriftelijk
Aanzeggen dienst schriftelijk te gebeuren (Artikel 7:668 lid 1 BW), bij voorkeur per post. Het is aan te bevelen om voor ontvangst te laten tekenen. Het moet voor een werknemer duidelijk zijn of zijn dienstverband wel of niet wordt voorgezet zodat hij/zij zich tijdig op de arbeidsmarkt kan oriënteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *