25/09/2017 06:28

Wettelijke godsdienstvrijheid geldt niet alleen voor volwassenen maar ook voor kinderen

In Nederland geniet iedere burger de vrijheid om wel of niet te geloven en zich christen, moslim of juist atheïst te noemen. Godsdienstvrijheid is zelfs in onze grondwet verankerd. Wat echter weinig mensen zich realiseren is dat deze godsdienstvrijheid niet alleen voorbehouden is aan volwassenen maar ook voor kinderen geldt. Kinderen kunnen zich dus ook beroepen op deze vrijheid. In dit artikel sta ik stil bij de wettelijke kaders van deze godsdienstvrijheid voor kinderen.

Opvoeding en cultuur
Veel mensen die gelovig zijn hebben dit meegekregen vanuit hun opvoeding en dragen dit meestal ook over op hun eigen kinderen. Zij voeden hun kinderen op en embedden hun overtuigingen binnen deze opvoeding. Meestal beleven kinderen de godsdienst, kerk of het godsbesef op dezelfde wijze als de ouders.

In een aantal gevallen is de invloed van religie cultureel en sociaal bepaald, zoals dit bijvoorbeeld bij de Islam vaak het geval is. In sommige landen is de islam bijvoorbeeld een staatsgodsdienst en is ieder individu bij geboorte moslim (en geen vrije burger). De godsdienst verlaten wordt dan gezien als een strafbaar feit. Van religieuze vrijheid is in deze landen dus geen sprake.

Kinderen
Zoals ik al schreef in de inleiding geldt godsdienstvrijheid ook voor kinderen. Maar hoe zit het juridisch wanneer een kind streng gelovig wordt opgevoed en hier op psychologisch, sociaal of medisch vlak last van ondervindt? Hoe zit het wanneer een kind een ander geloof wil belijden dan binnen de thuisomgeving geaccepteerd is? Kan een kind zich op wetgeving beroepen als het geen hoofddoek wilt dragen maar door ouders verplicht wordt om dit te doen? Kan een kind verplicht worden om op zondag mee te moeten naar een kerkgemeenschap? Kortom: hoe zit het nu echt met de godsdienstvrijheid van kinderen?

“Ieder kind heeft de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.”

Wettelijk kader
Allereerst sta ik stil bij artikel 14 van de IVRK, het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Artikel 14 schrijft voor dat ieder kind de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst heeft. Hieruit volgt dat ieder kind de vrijheid heeft om een zelfgekozen godsdienst of levensovertuiging te hebben wanneer het hiertoe in staat is. Van een 15-jarige wordt dus aangenomen dat het besef heeft van religie en hier zelf een keuze in kan maken. Artikel 9 van het EVRM schrijft hetzelfde voor. Dit betekent in de praktijk dat noch opvoeders noch de overheid een religie mag opleggen aan een kind wanneer het in staat is om zelf een keuze op dit gebied te maken.

In de praktijk betekent dit dat een kind dus het wettelijke recht heeft om geen hoofddoek te dragen als zij dit niet wil. Ook kan religieus onderwijs of verplicht kerk- of moskeebezoek of deelname aan religieuze groeperingen niet worden afgedwongen.

Natuurlijk beperk ik mij tot de wettelijke kaders. In de praktijk blijkt er veel meer mee te spelen waardoor de vrijheid op papier mooi klinkt maar in de praktijk nog lastig uitpakt. Zo weten kinderen niet wat hun rechten zijn en is er grote druk vanuit de sociale omgeving waardoor de eigen mening of vrijheid in het gedrang komt.

Ontwikkeling kind staat centraal
De overheid geeft opvoeders veel vrijheid met betrekking tot het opvoeden van kinderen. Dit betekent dat ouders/opvoeders hun kinderen (niet-)religieus mogen vormen. Toch is deze vrijheid niet absoluut. Kinderen mogen namelijk geen hinder in hun ontwikkeling ondervinden van de levensbeschouwing of overtuiging van de ouders of opvoeders.

Het kind mag op sociaal, emotioneel of geestelijk gebied dus nooit problemen in de ontwikkeling ondervinden als gevolg van het geloof of de levensbeschouwing van zijn of haar ouder(s) of opvoeder(s). Rechters stellen te alle tijden de ontwikkeling van het kind centraal. Deze ontwikkeling prevaleert boven de vrijheid die ouders of opvoeders genieten om hun kinderen op te voeden volgens hun religie of overtuiging.

Jurisprudentie
Uit recent onderzoek blijkt dat er relatief weinig jurisprudentie is met betrekking tot uitspraken van rechters waarbij werd geselecteerd op religie en jongeren. In totaal werden er 130 Nederlandse zaken gevonden waarin een verwijzing naar religie en cultuur werd gemaakt. Gezien het feit dat niet ieder vonnis of arrest wordt gepubliceerd is het goed mogelijk dat er meer uitspraken zijn, maar die zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen.

Nederlandse rechters hebben zich 79 keer over deze zaken gebogen en vonnis of arrest gewezen. 32% van de zaken kwam voor bij een gerechtshof en 6% bij de Hoge Raad. In de meeste gevallen ging het om de thema’s cultuurverschillen en identiteitsontwikkeling en het strenge geloof van ouders. De zaken varieerden van bloedtransfusies bij kinderen van ouders die behoren tot Jehova’s getuigen tot besnijdenissen van kinderen en het kiezen van een school op christelijke grondslag.

Bij alle zaken is duidelijk geworden dat rechters goed kijken naar de omstandigheden, de gevolgen en de mening/wens van het kind. Rechters respecteren dus niet alleen de geloofsvrijheid van de ouders maar ook, en soms juist, van de kinderen. Ook als zij minderjarig zijn.

Melding maken
Wanneer er vermoedens zijn dat een kind het slechtoffer is van de levensovertuiging van zijn of haar ouders en hier aantoonbaar hinder van ondervindt in zijn of haar geestelijke of lichamelijke ontwikkeling of lichamelijke integriteit dan kan de situatie voorgelegd worden aan een familierechter. Als dit gebeurt dan ligt het initiatief meestal bij de Raad voor de Kinderbescherming. Naar de rechter stappen is meestal het eindstation van een vaak dynamisch traject.

Bij zorgelijke ontwikkelingen door religieuze dwang of beperking van de godsdienstvrijheid van een kind kan er door iedere burger (dus ook leraar, familielid of voetbaltrainer of persoon in kwestie zelf) melding gemaakt worden bij ‘Veilig thuis’. ‘Veilig Thuis’ is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling en onderdeel van de rijksoverheid. Als er sprake is van een buitenproportionele ernstige situatie voor het kind dan kan ‘Veilig Thuis’ de situatie overdragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Referenties:
1) Religie en cultuur in familierechtelijke beslissingen over kinderen / mr. dr. Merel Jonker, Rozemarijn van Spaendonck en mr. dr. Jet Tigchelaar
2) IVRK
3) Geloof in het geding, juridische grenzen van religieus pluralisme in het perspectief van de mensenrechten / T. Loenen

Over Selwyn Donia 44 Artikelen
Ondernemer | Uitgever Rechtblog.nl | Wetenschap | (Arbeids)recht | Ex-DJ | Boekverslaafd | Statistiek & onderzoek | Kritische burger | Libido sciendi

Geef gerust je mening!

Wees de eerste met een reactie

Houdt mij op de hoogte van
avatar
wpDiscuz